B.E.T.E.R.

Politiecontroles moeten BETER zijn: Begrijpelijk, Eerlijk, Transparant, Effectief en Rechtmatig.

Politiecontroles moeten BETER zijn:

     

B egrijpelijk

     

E erlijk

     

T ransparant

     

E ffectief

     

R echtmatig

     

Begrijpelijk

Bij een controle moet de politie zich uit eigen beweging legitimeren, en vertellen wat de aanleiding en wettelijke grondslag voor de controle is. Politiemensen die burgers in staat stellen om te begrijpen wat zij doen en waarom, mogen medewerking verwachten van de burger die zij controleren.

Eerlijk

Agenten handelen op basis van te objectiveren feiten en omstandigheden ten aanzien van een individueel persoon. Een politiefunctionaris mag niet op basis van intuïtie of ervaringskennis bepaalde (groepen) mensen als ‘afwijkend’ of ‘verdacht’ aanmerken en aan een controleren onderwerpen. Politiefunctionarissen zijn zich bewust van het doorwerken van impliciete en expliciete vooroordelen tijdens politiecontroles en de politieorganisatie onderkent (in)directe discriminatie.

Transparant

Er moet systematische monitoring van politiecontroles plaatsvinden op individueel en geaggregeerd niveau. Hiermee kan de effectiviteit en doelmatigheid van het optreden worden beoordeeld. Dit heeft zowel intern als extern effect. Intern: de politieorganisatie krijgt beter inzicht in zijn eigen handelen. Extern: er kan verantwoording worden afgelegd – aan individuele burgers en de samenleving als geheel - over de inzet van middelen.

De ‘T’ staat ook voor toetsbaar: een individuele burger moet gemakkelijk beklag kunnen doen over een controle. De politie accepteert de praktijk van burgers die een opname maken van een interactie.

Effectief

Een goede controle is een controle die aantoonbaar leidt tot de opsporing van strafbare feiten en het vergroten van veiligheid. Het middel moet, ook bij iedere individuele controle, in verhouding staan tot het doel.

Rechtmatig

De controle is gebaseerd op feiten en omstandigheden ten aanzien van een individuele burger. De controle heeft een deugdelijke wettelijke grondslag. Dat betekent dat de ene wettelijke bevoegdheid niet wordt ingezet om de rechtmatigheidstoets op de andere bevoegdheid te omzeilen