FAQ over #artikel12

Vragen en antwoorden over de artikel 12 procedure die een coalitie van Rotterdammers en maatschappelijke organisaties gestart zijn

donderdag 29 oktober 2020

Wat is er gebeurd?
In februari 2019 deden Rotterdamse agenten racistische uitspraken in een WhatsAppgroep. Zij refereerden aan mensen met een migratieachtergrond als ‘kankervolk’, ‘kutafrikanen’ en ‘pauperallochtonen’ op wie ze willen ‘schieten’. Het Openbaar Ministerie besloot om de negen agenten, waaronder vijf jeugdagenten van het politiebureau Marconiplein in Rotterdam, niet te vervolgen omdat de uitspraken niet in het openbaar gedaan waren. Een coalitie van Rotterdammers en maatschappelijke organisaties starten vandaag een artikel 12 procedure bij het Gerechtshof. Zij vragen daarmee om de vervolging van de Rotterdamse agenten.

Wat is een artikel 12 procedure?
In Nederland komen mensen voor de strafrechter als het Openbaar Ministerie besluit om iemand te vervolgen. Dat doet het OM als ze denken dat iemand een strafbaar feit heeft gepleegd en dat ook bewezen kan worden in een rechtszaak. Als het OM besluit om niet te vervolgen, kunnen burgers en belanghebbenden een bezwaar indienen tegen dat besluit. Dat bezwaarschrift wordt beoordeeld door rechters van een Gerechtshof. Als deze rechters denken dat vervolging wél succesvol kan zijn, dan beveelt het Hof dat het OM alsnog tot vervolging overgaat.

Waarom starten jullie een artikel 12 procedure?
Wij vinden dat er binnen de politie geen ruimte mag zijn voor agenten die discrimineren. Voor het vertrouwen in de politie is het belangrijk dat het Openbaar Ministerie publiekelijk reageert op de racistische uitingen. Van een intern onderzoek uitmondend in een vertrouwelijke sepotbeslissing gaat in dit verband een verkeerd signaal uit. Wij zien bovendien dat er goede juridische argumenten zijn om de agenten wél te vervolgen. Daarom zijn wij een artikel 12 procedure begonnen.

Waarom denken jullie dat het toch strafbaar is?
De coalitie stelt in het verzoekschrift onder andere dat niet het openbaren, maar het verspreiden bepalend is. In de delicten van groepsbelediging en het aanzetten tot discriminatie en haat staat dat ‘zich in het openbaar uitlaten’ daarvoor een voorwaarde is. Echter, volgens de wetsgeschiedenis wordt hiermee eigenlijk ‘verspreiden’ bedoeld. De coalitie stelt in het beklagschrift ook dat de berichten (passief) openbaar waren omdat de dienstleiding er als werkgever toegang toe had en ze ook vallen onder het bereik van de Wet Openbaarheid van Bestuur en derden er dus om kunnen vragen. 

Hebben jullie geen vertrouwen in de afweging van het OM?
In de wet is geregeld dat burgers een bezwaarschrift kunnen indienen als zij denken dat het OM wel moet vervolgen. Dat gaat niet om een vertrouwenskwestie: de artikel 12 procedure is een waarborg die is ingebouwd door de wetgever om rechterlijk toezicht op beslissingen van het OM mogelijk te maken. Het OM weigerde overigens om het sepotbesluit toe te sturen, waardoor we geen inzicht hadden in de overwegingen van het OM om niet tot vervolging over te gaan.

Er loopt ook nog een onderzoek van de politie, wachten jullie dat niet af?
De artikel 12 procedure richt zich op het besluit van het OM om de agenten niet te vervolgen. Dat de politie inmiddels een eigen onderzoek uitvoert, staat hier los van. In een opinieartikel in het AD vroegen we overigens eerder al om onafhankelijk, niet door de politie aangestuurd onderzoek.

Hoe kijken jullie naar de rol van leidinggevenden in Rotterdam?
Volgens RTL nieuws was de leiding van de eenheid Rotterdam al ruim een jaar op de hoogte van de in de groep gewisselde appjes, maar werd er niet ingegrepen. Wij verzoeken de rechter daarom om de rol van de dienstleiding bij het strafrechtelijk onderzoek te betrekken en te onderzoeken of de leiding zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan medeplichtigheid aan het gepleegde delict.