Etnisch profileren: verleden, heden en toekomst

De opbrengst van 5 jaar inzet tegen etnisch profileren en wat we nog willen bereiken.

woensdag 4 april 2018

De afgelopen vijf jaar hebben wij ons, onder de naam Controle Alt Delete, ingezet tegen etnisch profileren. Wij staan voor een inclusieve samenleving waarin iedereen gelijke rechten en gelijke kansen heeft. Dit betekent dus ook een politie voor en van iedereen. Etnisch profileren, een vorm van geïnstitutionaliseerde racisme, maakt inbreuk op dit ideaal omdat er middels beleid en instructies onderscheid gemaakt wordt in de wijze waarop bijvoorbeeld burgers geselecteerd worden in proactieve controles.

Na vijf jaar evenementen organiseren, films maken, jongeren traineneen app ontwikkelen, klachten behandelen en politici adviseren maken wij de balans op en vragen wij ons af: wat hebben we bereikt? En wat nu?

Etnisch profileren staat op de agenda
Vijf jaar geleden is Controle Alt Delete gestart vanwege diverse signalen dat etnisch profileren nog steeds een wezenlijk probleem is in Nederland. Etnisch profileren wordt al sinds de jaren '70 publiekelijk aangekaart. In 1976 publiceerde het Surinaamse Anton de Kom centrum een ‘Zwartboek politie’ met daarin een overzicht van confrontaties tussen de politie en Surinaamse Nederlanders. Wetenschapper Sinan Çankaya publiceerde in 2012 een onderzoek naar de manier waarop de politie beslissingen neemt om iemand te controleren en legde bloot dat de (vermeende) afkomst en huidskleur van mensen daarbij een grote rol spelen. In dat jaar begon het Actiecomité Herstel van Vertrouwen (nu: VBO) klachten te verzamelen van jongeren over etnisch profileren in de Haagse Schilderswijk. In 2013 voerde Controle Alt Delete een situatietest uit met verborgen camera's en bracht etnisch profileren in beeld. De echte publieke verontwaardiging begon toen Amnesty Nederland een onderzoek publiceerde over de impact van etnisch profileren dat in samenwerking met ons gelanceerd werd in de Melkweg te Amsterdam tijdens de eerste Controle Alt Delete bijeenkomst. Vijf jaar later is het onderwerp niet meer weg te denken van de politieke agenda. Het is onderwerp van debat tijdens de gemeenteraadsverkiezingen, de politie pakt het op in een landelijke stuurgroep (de kracht van het verschil, en hier onze kritiek) en de Minister van Justitie heeft zich krachtig tegen etnisch profileren uitgesproken. Etnisch profileren staat zelfs in het dreigingsbeeld terrorisme van de NCTV. Kortom het fenomeen etnisch profileren wordt serieus genomen.

Definitie etnisch profileren is geüpdatet
Toen we ontdekten dat de politie een andere definitie van etnisch profileren hanteert dan alle mensenrechtenorganisaties en het ministerie van Justitie en Veiligheid, hebben wij er bij het landelijke Controle Alt Delete evenement in december 2016 er op aangestuurd dat de politie een (inter)nationaal gangbare definitie van etnisch profileren ging gebruiken. De Europese definitie van etnisch profileren, die ook door Controle Alt Delete wordt gebruikt, is: “het gebruik door de politie van criteria of overwegingen omtrent ‘ras’, huidskleur, etniciteit, nationaliteit, taal en religie bij opsporing en rechtshandhaving – zowel op operationeel als organisatorisch niveau – terwijl daarvoor geen objectieve rechtvaardiging bestaat.” Simpel gezegd: het is etnisch profileren als de politie iemands (vermeende) ‘afkomst’ laat meespelen bij de beslissing om een persoon te controleren. Een van de resultaten die we bewerkstelligd hebben, tezamen met Amnesty Nederland, is dat de politie vanaf janauri 2018 de nieuwe definitie van etnisch profileren overgenomen heeft.

Nieuwe definitie heeft grote impact
We hechten veel waarde aan het overnemen van onze definitie vanwege de consequenties die het heeft. Een belangrijke vraag is natuurlijk wanneer er sprake is van een 'objectieve rechtvaardiging' (zie de definitie) die de politie toestaat om huidskleur en (vermeende) afkomst te gebruiken bij de opsporing en rechtshandhaving. Het antwoord is: alleen als de politie werkt met een dadersignalement. Dit is de omschrijving van een verdachte van een strafbaar feit. Bijvoorbeeld: een benzinestation is overvallen door een witte Nederlander met capuchon. Dan mag de politie op zoek gaan naar iemand die voldoet aan het signalement en daarin ook huidskleur meenemen. Wat niet mag is dat de politie iemand gaat controleren omdat “hij/zij (op het oog) tot een groep behoort die oververtegenwoordigd is in de misdaadstatistieken of omdat hij/zij wat betreft enkel uiterlijk in die buurt ‘niet thuishoort’.” Deze zin is overgenomen uit het nieuwe politiebeleid en is cruciaal om te begrijpen hoe radicaal het nieuwe politiebeleid is. Dit betekent bijvoorbeeld dat chauffeurs van auto’s met Poolse kentekens niet vaker gecontroleerd mogen worden omdat uit statistieken blijkt dat deze chauffeurs (relatief) vaker dronken autorijden. Het betekent ook dat de politie niet Marokkaanse-Nederlanders vaker mag controleren omdat ze (relatief) vaker inbreken dan autochtone Nederlanders.

Neemt etnisch profileren af?
Op papier is er nu beleid tegen etnisch profileren, maar dat wil niet zeggen dat het op straat beter gaat. Om te kunnen beoordelen of etnisch profileren afneemt hebben wij op dit moment vooral meetinstrumenten nodig. Welke indicatoren zijn er om de omvang van etnisch profileren in kaart brengen en te beoordelen of de genomen maatregelen tegen etnisch profileren effect hebben?

1. Politiecontroles systematisch monitoren
De politie zou op systematische wijze alle politiecontroles, ID-checks, fouilleringen en aanhoudingen kunnen gaan monitoren. Hiermee kan er zicht komen op de effectiviteit van het politiewerk (wat leveren de controles op?) en eerlijkheid (worden verschillende groepen in gelijke mate ten onrechte gecontroleerd?). Het probleem is dat veel politiecontroles niet geregistreerd worden. Burgerrechtenorganisatie Kompass heeft zich daarom onder andere ingezet voor stopformulieren door expertbijeenkomsten te organiseren die er op gericht waren om lokale en nationale politici te laten zien wat de meerwaarde is van dit meetinstrument.

Het werken met een stopformulier wordt enorm afgehouden door de politie (Amsterdam, Den Haag, Tilburg). Toch zien wij kansen. Elke bevraging (natrekken van een kenteken of ID) wordt nu al opgeslagen door de politiesystemen, net als elke overtreding en elke boete. Die registraties zijn allemaal gekoppeld aan het BSN-nummer van een persoon. Dit nummer is weer gekoppeld aan de gemeentelijke basisadministratie. Deze bevat de informatie op basis waarvan het CBS cijfers verzamelt over de bevolking. Hiermee kan het CBS mensen categoriseren als 'allochtoon' of 'autochtoon’. Als de data van de politie - anoniem - gekoppeld zouden worden aan de data van het CBS is het mogelijk om te kijken welke mensen hoe vaak gecontroleerd worden en wat dat oplevert. De politie heeft al veel relevante informatie in huis om politiecontroles systematisch te monitoren, de politie moet het alleen doén. Wij kijken dan ook met belangstelling naar de pilot met MEOS die in de lente van 2018 van start gaat. Deze pilot kan veel nieuwe, potentieel relevante gegevens opleveren die zicht bieden op de eerlijkheid en effectiviteit van politiecontroles.

2. Vertrouwen in de politie monitoren
Grote onderzoeksbureaus in Nederland (zoals SCP, CBS, WODC) zouden een bijdrage kunnen leveren aan het creëren van indicatoren om etnisch profileren te monitoren. Kijk bijvoorbeeld naar de cijfers over de tevredenheid over de politie. Van de Nederlanders met Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of Antilliaanse roots is 23% ontevreden over het laatste politiecontact, tegenover 17% van de ‘autochtone’ Nederlanders. Uit onderzoek naar vertrouwen in instituties blijkt bovendien dat mensen met een ‘niet-westerse’ migratieachtergrond, door de jaren heen, significant minder vertrouwen hebben in de politie dan ‘autochtone’ Nederlanders: 62% tegenover 71% in 2016. Uit het onderzoek van FRA bleek dat moslims in Nederland een buitengewoon laag vertrouwen in de politie hebben.

De mate waarin mensen vertrouwen hebben in de politie, zou gezien moeten worden als een indicator van goed politiewerk. Vertrouwen is cruciaal, want als mensen meer vertrouwen hebben in de politie zijn ze geneigd om beter met de politie samen te werken. Controle Alt Delete roept daarom, samen met Amnesty Nederland, gemeenteraden door heel Nederland op om per gemeente zicht te krijgen op deze cijfers en de verschillen. Mensen met een ‘niet-westerse migratie achtergrond’ zouden even tevreden moeten zijn over de bejegening bij het laatste politiecontact en evenveel vertrouwen moeten hebben in de politie als ‘autochtone’ inwoners.

Oproep
Voor de buitenstaander lijkt het erop dat de politie de afgelopen jaren in beweging is gekomen. Toch ontvangen wij nog wekelijks nieuwe klachten over etnisch profileren. Tijdens gesprekken met politiemensen ontvangen wij signalen die er op die duiden dat niet iedereen de noodzaak deelt om te veranderen. Er werd een nieuw beleidskader opgesteld met heldere richtlijnen, maar het ontbreekt intern aan een breed gedeeld gevoel van urgentie om etnisch profileren aan te pakken. Lukt het de leiders binnen de politie om voldoende draagvlak te krijgen en het middenmanagement te overtuigen om mee te doen?

We roepen alle politici, ambtenaren, onderzoekers, beleidsmedewerkers en politiemensen op samen met ons te werken aan het creëeren van betekenisvolle indicatoren om de voortgang op het dossier etnisch profileren te kunnen beoordelen. Meetinstrumenten zijn nog geen oplossingen, maar ze geven wel zicht op de voor(ui)tgang. Dat biedt alle betrokkenen weer handvatten voor verdere gesprekken en acties om etnisch profileren te doen afnemen.