"De motoragent koos de kant van een witte man die achter een zwarte vrouw aan rende"

Saskia (40) kreeg het aan de stok met een supermarktmanager. Wat begon als een akkefietje, eindigde in een drama.

dinsdag 3 november 2020

“Ik zit op de fiets naar de GGD, aan de andere kant van de stad. Alles doet me pijn, maar vooral mijn hart huilt. Ik voel me fysiek en emotioneel een wrak en kan nauwelijks bevatten wat er gebeurd is. Als ik de bocht omga, schiet een pijnscheut door mijn nek en schouder.”

Corona en smetvrees
“Ik had gisteren al mijn moed verzameld om naar de supermarkt te gaan om te pinnen bij een Albert Heijn in Amsterdam-Oost. Corona en mijn heftige vorm van smetvrees gaan slecht samen. Ik ben als de dood om iets aan te raken en het virus mee naar huis te nemen. Voor de winkel stond een lange rij. Toen ik aan de beurt was, bedankte ik de man bij de ingang vriendelijk voor het mandje; ik kwam niet om boodschappen te doen. De man bleef maar aandringen en probeerde het mandje in mijn handen te drukken. Ik verloor mijn geduld, maar ben keurig opgevoed dus gebruikte geen krachttermen. Ik herhaalde keer op keer dat ik geen mandje hoefde en dat ik in mijn recht stond. Hij zei het niet, maar ik voelde – en niet voor het eerst – dat ik mijn zwarte Surinaamse mond moest houden. Dat gevoel zit diep in mij geworteld, te vaak in mijn leven werd ik ermee geconfronteerd dat ik op voorhand al met 1-0 achtersta. Inmiddels was ook de supermarktmanager erbij gekomen. ‘Je mag niet verder zonder winkelmandje.’ Ik gaf flink tegengas, want met corona in gedachten wilde ik echt geen mandje vasthouden, voor geen goud. Discussiërend liep ik door naar de pinautomaat, maar hij versperde mij de weg. Het idee dat ik dat mandje vol bacteriën zou moeten aanraken óf dat de manager míj zou aanraken... Ik besloot weg te gaan.”

Wilde achtervolging
“En toch fiets ik nu naar de GGD, om röntgenfoto’s te laten maken van mijn gehavende lijf. Want die mannen waren niet van plan om mij zomaar weg te laten lopen.

Ik maakte aan de overkant van de straat mijn fiets los toen ik de winkelmanager op me af zag stormen. Zijn lichaamstaal verraadde dat hij mij wilde grijpen. Nee, ik wilde géén lichamelijk contact! Rennen, was mijn eerste reflex. Na een wilde achtervolging dook hij als een Amerikaanse rugbyspeler op mijn rug en belandde ik met een harde smak in een bloembak op de stoep. Opeens voelde ik een knie in mijn rug, gevolgd door een stomp. Ik draaide me om en zag een tweede man: een motoragent. Samen bleven ze kracht uitoefenen en klapten me dubbel; mijn hoofd drukte tegen mijn borst. Ze sloegen me hard met hun vuisten. Ik hapte naar adem, maar kreeg geen lucht. Mijn hele lichaam shockte, ik had het gevoel dat ik ter plekke zou sterven.”

Woorden zonder waarde
“Als ik er nu aan terugdenk, word ik overspoeld door emoties. Ik ben bang, boos, maar ook zo verdrietig. De motoragent kende de context niet en koos automatisch de kant van een witte man die achter een zwarte vrouw aan rende.

Dankzij omstanders die protesteerden, lieten ze me uiteindelijk los. De hele straat stond vol met toeschouwers en politie; er waren drie busjes en twee auto’s uitgerukt. ‘Jullie vragen niet wat er aan de hand is!’ schreeuwde ik buiten adem naar de agenten. ‘Zoveel geweld en jullie hebben geen idee waarom!’ Ik vertelde mijn verhaal, maar niemand luisterde. Ik werd meegenomen naar een politieauto en in de boeien geslagen. ‘Ik ben een slachtoffer hier’, probeerde ik nog. Een blonde dame die tegelijkertijd met mij in de supermarkt was, fietste met een tas vol boodschappen langs. Ze zag het tafereel op straat en schrok: zij wist precies wat er was gebeurd, zij had alles met eigen ogen gezien. ‘Dit kán niet wat jullie aan het doen zijn!’ riep ze. Ze was ziedend. Ze vertelde haar verhaal. Hetzelfde verhaal dat ik verteld had, maar haar woorden hadden waarde. Mijn handboeien werden losgemaakt. De motoragent, die stuiterde alsof hij honderd blikjes Red Bull gedronken had, gaf me nog snel even een winkelverbod. Een van de wijkagenten schudde zijn hoofd: nu is het wel genoeg. Ik mocht naar huis.”

Barmhartige samaritaan
“Het beangstigt me dat ik iemand anders nodig had om me te redden; de blonde dame uit de supermarkt. Een barmhartige samaritaan, maar ik kan haar niet altijd meenemen aan mijn sleutelhanger. Ik slaak een diepe zucht. Au, zelfs dat doet me pijn. 

Op tienjarige leeftijd kwam ik vanuit Suriname naar Nederland. Ik zou graag een ander beeld schetsen, maar heb helaas tal van voorbeelden waarin ik sindsdien op mijn huidskleur ben beoordeeld. Ik besluit mijn dochter niets te vertellen over de mishandeling. Ze is al bijna twintig, maar nog zo’n free spirit. Haar belasten met deze gebeurtenis kan en wil ik haar niet aandoen. Nu nog niet. Misschien laat ik haar over een tijdje dit interview lezen. Ik wil haar beschermen, maar tegelijkertijd wapenen tegen een snoeiharde wereld.”

Update: zo gaat het nu met Saskia
“Ik heb het zwaar, daar wil ik niet over jokken. Mezelf aan ‘de boze buitenwereld’ blootstellen, vind ik moeilijk.”

“Op de dag des onheils ging ik nietsvermoedend naar de supermarkt en kwam ik terug als een fysiek en emotioneel wrak. Pinnen, dat was alles wat ik wilde doen. Omdat ik geen winkelmandje nodig had en die met mijn smetvrees ook absoluut niet wilde aanpakken, kwam het tot een hevige discussie. Uiteindelijk besloot ik naar buiten te gaan, maar daar liet de winkelmanager het niet bij zitten. ‘Black lives matter’, maar daar was niets van te merken. Samen met een motoragent heeft hij mij buiten op straat zo lang gestompt en geslagen dat ik dacht dat ik ter plekke dood zou gaan.”

Zwaargehavend
“Op de röntgenfoto’s die ik de volgende dag liet maken, waren zware kneuzingen en zwellingen te zien. Vooral mijn torso en nekwervel hadden de klappen gevangen. Mijn lichaam is, een paar maanden later, nog steeds niet helemaal hersteld. Door een stomp op mijn rechteroor is mijn gehoor beschadigd; het lijkt alsof ik net uit het zwembad gestapt ben, met een oor vol met water.”

Controle Alt Delete
“Ik ben zeer aangeslagen door wat er gebeurd is. De supermarkt vermijd ik, en dat heeft niets met het winkelverbod te maken dat ik op de valreep ook nog kreeg. Ik kan daar niet zijn. Net als de bloembak in de straat waar de mishandeling plaatsvond, ik kan er niet naar kijken. Het allerliefst trek ik me thuis terug, maar zo kan ik natuurlijk ook niet leven. Mijn coping mechanisme is omgaan met mensen die een fijne energie hebben. Ik doe aan social distancing van negatieve personen. Mijn aangifte, tegen de supermarktmanager én de motoragent, is geseponeerd. Volgens het Openbaar Ministerie gebruikte de politie proportioneel geweld. Bij de GGD werd ik geattendeerd op stichting Controle Alt Delete. Zij zetten zich in tegen etnisch profileren door de politie en voor eerlijke en effectieve controles. Ik heb melding gemaakt van wat mij is overkomen, in de hoop dat níemand anders dit in de toekomst hoeft mee te maken.”

Dit is een gastblog van een auteur die onbekend wil blijven. Afbeelding van Peggy cci via Pixabay